Voor 16:00 uur besteld, volgende werkdag in huis!
Gratis verzenden binnen Nederland & België!
2 jaar garantie op je product
thuiswinkelwaarborg consumentthuiswinkel waarborg
  • Incl.Excl.
    BTW
  • 0

    Tijdelijke speciale aanbieding op geselecteerde producten. BEKIJK AANBIEDINGEN

  • Incl.Excl.
    BTW
  • 0
    Voor 16:00 uur besteld, volgende werkdag in huis!
    Gratis verzenden binnen Nederland & België!
    2 jaar garantie op je product

    Tijdelijke speciale aanbieding op geselecteerde producten. BEKIJK AANBIEDINGEN

    Hoe kan ik een auto component, actuator of sensor kalibreren en wat heb ik hiervoor nodig?

    Kalibreren is het bepalen van de afwijking van een sensor, een systeem of een referentie met een standaardwaarde. Bij het kalibreren van sensoren of actuatoren in een motorvoertuig wordt de afwijking (bias) in het meettoestel vastgesteld. Dit gebeurt door te vergelijken met een referentiewaarde of met een berekende model. De afwijkingen wordt vastgesteld in een zogenaamde correctietablet. Daarna kunnen de correctiewaarden met de gemeten waarden verrekend worden zodat een nauwkeuring resultaat wordt verkregen.

     

    Actuator kalibreren

    Een tweetal voorbeelden van actuatoren die je kan kalibreren zijn: een elektronische gasklep en een EGR-klep. 

    Na het vervangen of reinigen van de gasklep moet deze vaak worden gekalibreerd. Bij sommige voertuigen (Vooral oudere modellen) gebeurt dit automatisch. Ieder keer dat je het voertuig op contact zet, wordt de gasklep een keer helemaal dicht getrokken en een kleer helemaal open gezet. Op dat moment bepaalt de regeleenheid wat de nulpositie en de maximale positie van de gasklep is. Dit vergelijkt de regeleenheid met een referentiewaarde en de afwijkingen worden vastgelegd. De correctiewaarden worden met de gemeten waarden verkennend, zodat de werkelijke positie van de gasklep wordt verkregen.

    Bij de meeste voertuigen gaat dit niet automatisch en moet dit gebeuren met diagnoseapparatuur. In principe gebeurt er hetzelfde als hierboven beschreven, met als enige verschil dat je de regeleenheid de opdracht geeft om de gasklep te kalibreren.

    Tijdens dit kalibreren moet je de voorwaarden van de fabrikant volgen. Doe je dit niet, dan kan het zijn dat een actuator niet goed wordt gekalibreerd. Dit heeft gevolgen voor het functioneren van het systeem, er kan ook een foutcode aanwezig zijn die dit signaleert.

    Hieronder staat een voorbeeld van het kalibreren van een gasklep met behulp van een Foxwell-diagnoseapparaat voor een Volkswagen Golf.

     

    Voorschriften fabrikant

    Voordat je aan het kalibreren van gasklephuis begint moet er aan een paar voorwaarden zijn voldaan:

    1. De leerwaardes van de ECU moeten worden gereset. Bij sommige Ecu's gaat dat door naar de adaptiewaarden te gaan en in kanaal 00 de basiswaarde te zetten. Bij andere Ecu's moet je de storingscodes wissen.
    2. Er mogen geen storingscodes aanwezig zijn in de ECU.
    3. De spanning van de accu moet minimaal 11,5 V zijn.
    4. Het gaspedaal moet in de stand 'stationair' staan (dus: blijf van het gaspedaal af).
    5. Het gasklephuis mag niet vuil zijn.
    6. De koelvloeistoftemperatuur moet tussen 5 en 95 °C liggen.

     

    Sensoren kalibreren

    Een van de bekendste sensoren die gekalibreerd moet worden is de stuurhoeksensor. Deze moet na het loshalen van de accu, de ECU of de sensor zelf, vaak opnieuw worden gekalibreerd. Vroeger moest dit met een diagnoseapparaat gebeuren, maar tegenwoordig zie je steeds vaker dat de regeleenheid dit automatisch doet.

    Stuurhoeksensor (Audi)

     

    De procedure voor het kalibreren van de stuurhoeksensor is per voertuig verschillend. Bij sommige voertuigen moet een heel stappenplan worden uitgevoerd.

    Bijvoorbeeld: diagnoseapparaat aansluiten, regeleenheid in leermodus zetten, stuur helemaal links draaien, stuur helemaal rechts draaien, stuur in de middenpositie zetten en bevestigen op het diagnoseapparaat.

    Bij andere auto`s is het voldoende om 30 meter rechtdoor te rijden en de stuurhoeksensor is al gekalibreerd. In het laatste geval vergelijkt de regeleenheid de vier wielsensoren met elkaar. Geven deze allemaal dezelfde snelheid aan, dan weet de regeleenheid dat het voertuig rechtdoor rijdt en wordt de stuurhoeksensor gekalibreerd. Het is belangrijk dat bij dit soort sensoren de instructies van de fabrikant worden opgevolgd. Een verkeerde gekalibreerde sensor kan grote gevolgen hebben voor het rijgedrag van het voertuig en de veiligheid van de inzittenden.

    Stuurhoeksensor is niet gekalibreerd (Volkswagen Golf 6)

     

    Nadat er een stukje is gereden met de Volkswagen Golf 6 is het lampje uit, doordat de ABS sensoren dezelfde snelheid meten, en de nul positie wordt herkent van de stuurhoek.

     

    Stuurhoeksensor is gekalibreerd (Volkswagen Golf 6)

     

    Ook camera's radarsensoren voor autonoom rijden of nachtzicht moeten worden gekalibreerd. Hierbij is naast een diagnoseapparaat vaak meer speciaal gereedschap nodig.

    De referentie die de radar of de camera nodig heeft om te kunnen kalibreren bestaat vaak uit een speciaal bord of een speciale vloermat, die met uiterste precisie moeten worden gepositioneerd.

     

    Kalibreren van raammotoren

    Na het loshalen van de accu gaat de elektrisch bedienbare ramen niet in één keer op en neer, 'one touch bediening'. Dit is bij veel voertuigen een bekende klacht.

    De regeleenheid die de raammotor moet aansturen is in zo'n geval zijn eindstanden kwijt. De raammotoren moeten dus opnieuw worden gekalibreerd. De referentie die je gebruikt om de raammotor te kalibreren is de raamsponning.

    De procedure om de raammotoren te kalibreren is bij de meeste voertuigen als volgt:

    nadat de accu los is geweest staat de regeleenheid in de leermodus. Je laat het raam volledig naar beneden gaan. Aan de blokkeerstroom van de motor kan de regeleenheid zien dat de motor stilstaat. Door de schakelaar dan door te drukken en nog 3 seconden vast te houden geef je aan dat dit de onderste stand is. Als je het raam vervolgens helemaal dichtdoet en als het raam boven is weer de schakelaar doordrukt en 3 seconden vasthoudt, weet de regeleenheid wat de bovenste stand is. Op dat moment is de raammotor gekalibreerd.

    Nu weet de regeleenheid de bovenste en de onderste stand van je raamsponning, maar ook alle standen hiertussen. Dit heeft de regeleenheid nodig, zodat wanneer je de knop naar beneden of boven doordrukt, het raam vanzelf volledig naar beneden of boven gaat en dan stopt.

    Als het raam tussen deze twee posities klem komt te zitten, omdat er iemand bijvoorbeeld met een hand of arm tussen zit, moet de regeleenheid de motor automatisch stoppen en zelfs weer terug naar beneden laten gaan zodat de beknelde hand of arm weer los komt.

    Stap 1: Raam naar beneden (3 seconden ingedrukt houden) 

     

    Stap 2: Raamschakelaar naar boven (3 seconden ingedrukt houden)

    Laat een reactie achter

    * Verplichte velden
    Vergelijk 0

    Voeg nog een product toe (max. 5)

    Start vergelijking